10 meest gemaakte fouten tijdens het praktijkexamen
Hier vind je onze top 10 meest gemaakte fouten tijdens het rijexamen. Deze fouten hebben vooral te maken met verkeerd denken of worden veroorzaakt door spanning. Het zijn fouten die eigenlijk onnodig zijn. Vaak zijn dit dingen die je goed hebt geleerd, maar door de druk van het examen verkeerd worden uitgevoerd.
Kijkgedrag
De meeste examenkandidaten zakken op kijkgedrag. Hierbij gaat het om breed en ver vooruit kijken, op de juiste manier de spiegels gebruiken en kijkgedrag in specifieke situaties. Kijkgedrag is erg belangrijk tijdens het rijexamen.
Wat fout gaat:
- Overdreven kijken om dit aan de examinator te laten zien.
- Te nonchalant kijkgedrag.
- Gehaast in de spiegels kijken, waardoor je eigenlijk niets waarneemt.
- Te laat kijken, waardoor je te laat reageert op situaties.
Hoe het wel moet:
- Verander continu je blik, zodat je een volledig overzicht houdt.
- Neem rustig de tijd om goed in je spiegels te kijken en herhaal het kijken.
- Kijk extra goed wanneer je bepaalde manoeuvres uitvoert.
- Overdrijf niet, als je rustig in je spiegel kijkt en alles goed waarneemt, zal de examinator dit ook zien.
Plaats op de weg Er zijn verschillende misverstanden over de plaats op de weg. De plaats op de weg hangt af van verschillende factoren. De regels die je leert in je theorieboek zijn een richtlijn, maar niet altijd strikt. Alle omstandigheden samen bepalen je keuze.
Wat fout gaat:
- Te dicht langs geparkeerde auto’s, obstakels of fietsers rijden.
- Niet goed of onvoldoende voorsorteren.
- Bochten te ruim of te krap nemen, wat kan komen door nonchalant sturen.
- Te ver naar links blijven rijden op een smalle weg met tegenliggers.
Hoe het wel moet:
- Neem voldoende ruimte bij het passeren van stilstaande of bewegende objecten, zelfs als dit betekent dat je op de andere weghelft moet rijden. Let er wel op dat je geen tegenliggers hindert.
- Probeer niet koste wat het kost binnen de lijnen te blijven rijden als dit jou of anderen in gevaar kan brengen.
- Sorteer goed voor wanneer mogelijk.
- Probeer bochten netjes op je eigen weghelft te nemen en doe dit desnoods wat rustiger.
- Houd rekening met je positie en snelheid wanneer je op een smalle weg rijdt en een tegenligger nadert.
Snelheid De hoofdregel is: rijd de maximaal toegestane snelheid zolang dit veilig kan. Dit betekent dat je vlot met het verkeer meegaat, maar je snelheid verlaagt wanneer de situatie erom vraagt. Veel examenkandidaten hebben hier moeite mee.
Wat fout gaat:
- Langzamer rijden dan nodig is. Hierdoor lijk je onzeker en houd je het verkeer op. Maar te hard rijden wordt ook niet geaccepteerd. Het moet verantwoord en veilig zijn.
- Te hard rijden in bochten.
- Te snel naderen of oversteken van kruisingen.
- Mensen die denken dat het fabeltje klopt van altijd 5 km/u te hard rijden.
Hoe het wel moet:
- Rijd vlot mee met het verkeer, maar pas je snelheid op tijd aan de omstandigheden aan.
- Veiligheid heeft altijd voorrang. Als je bijvoorbeeld een inhaalmanoeuvre moet doen, kan het veiliger zijn om net iets harder te rijden dan toegestaan.
- Kijk goed door de bocht en pas je snelheid hierop aan. Dit vergt oefening.
Inhalen Sommige examenkandidaten zien het nut van inhalen nog niet helemaal in, maar het is noodzakelijk om de snelheidsregel te volgen. Vlot meestromen met het verkeer en zoveel mogelijk de maximale snelheid rijden met inachtneming van de veiligheid.
Wat fout gaat:
- Onvoldoende afstand houden bij het inhalen.
- Onvoldoende snelheid hebben om in te halen.
- Uit voorzorg rechts blijven rijden, zelfs als het verkeer links sneller rijdt. Mensen denken dan bijvoorbeeld: “Wat als de examinator straks rechtsaf wil?”
- Te laat zijn met inhalen.
Hoe het wel moet:
- Houd voldoende afstand bij het inhalen.
- Een inhaalmanoeuvre moet snel worden uitgevoerd, dus je hebt snelheid nodig. Ook als dit betekent dat je iets harder moet rijden dan de snelheidslimiet.
- Durf keuzes te maken die je vlotheid ten goede komen. Als je bijvoorbeeld achter een vrachtwagen rijdt en je hebt de ruimte om hem in te halen, doe dat dan ook. De examinator houdt rekening met de opdracht die hij of zij geeft.
- Kijk ver vooruit en begin op tijd met waarnemen.
Bijzondere verrichtingen Bij elke rit krijg je te maken met bijzondere verrichtingen. Je zult altijd ergens moeten parkeren voordat je iets gaat doen. Maak bijzondere verrichtingen niet moeilijker dan ze zijn en luister naar je gevoel.
Wat fout gaat:
- Veel mensen hebben te veel aandacht voor de auto en niet voor de rest van het verkeer.
- Het “trucje” lukt niet.
- Te snel willen handelen.
Hoe het wel moet:
- Houd altijdde rest van het verkeer in de gaten, niet alleen vooraf even kijken. Je kijkgedrag is hierbij heel belangrijk.
- Veel oefeningen worden aangeleerd aan de hand van trucjes. Leer niet alleen via die trucjes te parkeren of te keren, maar houd het geheel goed in de gaten. Hierdoor kun je jezelf makkelijker corrigeren en zal de oefening beter verlopen.
- Je hoeft niet alles snel te doen, vaak is stapvoets al voldoende.
De taal van de weg Het is belangrijk om naast borden en verkeerslichten ook pijlen, strepen en andere markeringen op de weg in de gaten te houden. Ze geven veel informatie over de huidige of komende situatie.
Wat fout gaat:
- Verkeerd voorsorteren bij meerdere rijstroken.
- Per ongeluk van rijstrook wisselen in de bocht.
- Bochten verkeerd inschatten.
Hoe het wel moet:
- Kijk naar de rijstroken om je heen en bedenk waar de auto naast je naartoe wil/mag. Dit bepaalt vaak ook jouw koers.
- Let op hoeveel rijstroken dezelfde kant op gaan wanneer je gaat afslaan. Dit bepaalt ook jouw keuze van rijstrook.
- Probeer altijd vlak voor of na de bocht in dezelfde rijstrook te blijven. Als je bijvoorbeeld voor de bocht op de meest linker rijstrook staat, is dit niet erg, maar volg de bocht dan ook op die rijstrook.
- Let niet alleen op adviessnelheidsborden, maar ook op andere zaken zoals bochtschilden, remsporen en kijk verder door de bocht heen. Hierdoor kun je beter anticiperen op de situatie.
In- en uitvoegen In- en uitvoegen is ook onderdeel van het examen. Dit is voor velen een van de lastigste aspecten van autorijden. Zelfs mensen die al jarenlang hun rijbewijs hebben, vinden dit soms nog moeilijk.
Wat fout gaat:
- De verkeerde snelheid hanteren.
- Onvoldoende kijken.
- De snelheid na het uitvoegen niet aanpassen aan de bocht.
Hoe het wel moet:
- Je kunt niet met een vast getal aangeven hoe hard je moet rijden bij het invoegen. Je moet je snelheid aanpassen aan de omstandigheden. Zorg ervoor dat je op tijd weet wat de situatie is: is er druk verkeer of file, is het rustig, etc.
- Invoegen lukt alleen goed als je de situatie goed observeert, beginnend bij het naderen van de invoegstrook. Zorg dus dat je goed zicht hebt op de doorgaande rijbaan.
- Blijf altijd waarnemen in je spiegels en bepaal of je genoeg ruimte hebt om in te voegen.
- Pas je snelheid aan wanneer je een bocht neemt na het uitvoegen.
Rijstrook wisselen Velen vinden het wisselen van rijstrook moeilijk wanneer het druk is.
Wat fout gaat:
- Onvoldoende kijken, zoals bijvoorbeeld wanneer twee auto’s tegelijk naar dezelfde rijstrook willen. Dit kun je alleen voorkomen door goed te blijven kijken.
- Onvoldoende ruimte gebruiken.
- De verkeerde snelheid hanteren.
- Onvoldoende communiceren met andere weggebruikers.
Hoe het wel moet:
- Bepaal rustig wanneer het beste moment is om van rijstrook te wisselen. Controleer tijdens het wisselen van rijstrook ook wat het verkeer om je heen doet.
- Zoek de ruimte op.
- Wacht niet te lang met je manoeuvre. Als je te lang wacht, ben je te laat.
- Pas je snelheid aan aan het verkeer naast je, zodat je gemakkelijker kunt invoegen.
- Gebruik je richtingaanwijzer om aan te geven wat je van plan bent. Let wel op het verkeer om je heen en zorg dat je niet gelijk je richtingaanwijzer aanzet en direct van rijstrook wisselt.
Besluitvaardigheid
Het is belangrijk dat je tijdens het examen besluitvaardig bent. Veel examenkandidaten vinden dit lastig, vaak door de spanning. Je wordt alleen besluitvaardig door voldoende controle over de auto te hebben. Vertrouwen hebben in jezelf is het belangrijkste. Je moet erop vertrouwen dat je onder alle omstandigheden de auto onder controle hebt. Voldoende tijd nemen om waarnemingen te doen voor het nemen van beslissingen is erg belangrijk. Met genoeg lessen is dit geen probleem. Je moet kunnen rijden zonder angst, alleen dan kun je de juiste beslissingen nemen.
Verkeersinzicht
Verkeersinzicht is een van de belangrijkste vereisten om goed door het verkeer te navigeren. Dit ontwikkel je niet door enkele tips van internet te lezen. Verkeersinzicht betekent begrijpen wat je situatie is, wat er gaat gebeuren, wat anderen van plan zijn (bijvoorbeeld een vrachtwagen die moet lossen) en begrijpen hoe het gedrag van anderen gevolgen kan hebben voor jou. Verkeersinzicht heeft veel te maken met voorspellen. Het voorspellen van de situatie die gaat komen en daarop inspelen. Verkeersinzicht heb je deels al zonder ooit een meter te hebben gereden, maar het wordt verder ontwikkeld door oefening.
Dus, verkeersinzicht is begrijpen wat je situatie is, wat je zelf gaat doen, wat anderen van plan zijn en begrijpen hoe het gedrag van anderen invloed kan hebben op jou. Verkeersinzicht heb je vaak al voordat je in een auto hebt gereden, maar je leert de rest alleen door te oefenen.
Hoe snel kan je je rijbewijs halen?
Na je proefrijles zullen we samen bepalen hoeveel rijlessen jij nodig hebt om met vertrouwen naar het CBR rijexamen te gaan.
We nemen jouw wensen, leerstijl en agenda in overweging, zodat we een plan op maat kunnen maken dat bij jou past.
Bij Verkeerschool NextLevel streven we ernaar om jouw rijopleiding zo flexibel en persoonlijk mogelijk te maken.